Warning: Use of undefined constant ID - assumed 'ID' (this will throw an Error in a future version of PHP) in /customers/f/6/a/dreilanderecktreffen.nl/httpd.www/Forms/Specialforms/ViewVereniging.php on line 19 Warning: Use of undefined constant Taal - assumed 'Taal' (this will throw an Error in a future version of PHP) in /customers/f/6/a/dreilanderecktreffen.nl/httpd.www/Forms/Specialforms/ViewVereniging.php on line 20 <
DREILANDERECK NOORBEEK ZONDAG 9 SEPTEMBER 2018

Sint Michael Chevremont 1873

Doet mee aan het Dreilandereck !!

Plaats:ChevremontSchuttersbond:Bond Berg en Dal
Gemeente:KerkradeLand Schuttersbond:Nederland
Land:NederlandAmbterende koning:-
Opgericht in1873Exercitie:Nieuwe Exercitie Gewapend
Websitewww.schutterijstmichael.nlMuziekkorps:-
BijzonderhedenGeschiedenis

Schutterij Sint Michaël uit de Kerkraadse wijk Chevremont is een kleine en hechte groep, waarvoor de kameraadschap typerend is. De huidige koning – Hans van Hoof- staat in de voetsporen van een traditie, die teruggaat tot het jaar 1874. Indertijd vond te Chevremont het eerste koningsvogelschieten plaats (Kerkrade was toen nog een dorp, dat omstreeks 5.500 inwoners rijk was). De plek van het gebeuren lag bij ‘de grote kei’ in d’r Berg, op de hellingen boven kasteel Erenstein Sindsdien vormde de wedstrijd een jaarlijks hoogtepunt voor de vereniging. Op de ‘schietweide’ werd vaak urenlang gestreden om de koningseer.

Nog lang betekende de sportieve ontmoeting een groot feest voor alle inwoners van de wijk en was het schietterrein een verzamelplaats voor jong en oud. In 1873 was de schutterij Sint Michaël opgericht, in het lokaal van kastelein Van IJzeren aan de latere Sint Pieterstraat. Tijdens de oprichtingsvergadering op 9 juni meldden zich reeds 23 leden. Hun contributie werd vastgesteld op een maandelijkse bijdrage van twee groschen (in Kerkrade was nog tot de Eerste Wereldoorlog vooral Duits geld in omloop).

De oprichting viel met Pinkstermaandag samen. Onder de eerste voorzitter – Frans van IJzeren – viel een maand later het besluit tot de aanschaf van uniformen. Deze uitmonstering werd bij het ‘koningsvogelschieten’ van 1874 officieel in gebruik genomen. Na afloop van de krachtmeting kon Willem Laven worden gehuldigd als de eerste koning van Sint Michaël. De kersverse winnaar was één van degenen, die het initiatief tot de oprichting hadden genomen. Al spoedig na het ontstaan was het getal van de schutters met 20 nieuwelingen uitgebreid.

De oudst bekende commandant van Sint Michaël was de heer J. Handels. De eerste generaal was de heer Boumans, een voormalige bewoner van de 17de eeuwse hoeve Lückerheide (later opgevolgd door de heer Arkenbosch). Te paard trok de generaal mee naar de schuttersfeesten uit. Het was voor hem maar een korte rit in mei 1894, toen de schutterij zelf een festival organiseerde. Tijdens dit ‘weidefeest’ waren diverse verenigingen uit binnen- en buitenland aanwezig. In 1897 werd de heer J. Geurtzen als voorzitter aangesteld; als commandant fungeerde in dat jaar de heer Mehlkop.



Omstreeks deze tijd werd het zogeheten kamerschieten De duidelijk hoorbare ‘knaleffecten’ waren speciaal bestemd voor de ‘oranje-feesten’ en processies. Ongetwijfeld zullen zij ook hebben geklonken bij de troonsbestijging van prinses Wilhelmina, in 1898. De schutterij vormde een schilderachtig geheel, dat ook bij plechtigheden een graag geziene gast was. Kerkrade was toen nog sterk op Duitsland georiënteerd. Tot 1887 prijkte op het ‘koningszilver’ van Sint Michaël telkens de aanduiding König der Schützengesellschaft Chevremont Kirchrath.

Pas door de Eerste Wereldoorlog veranderde de waardering voor het buurland. De naam ‘Chevremont’ is een verbastering: de aanduiding is afgeleid van Schevemont, hetgeen wel eens met ‘kale berg’ is vertaald (in het plaatselijke dialect is nog altijd sprake van Sjeveemet). In de jaren voor en na de eeuwwisseling was Chevremont een geduchte tegenstander, in zowel het ‘schieten’ als het ‘exerceren’. Het krijgshaftig vertoon in de uniformering en de militaire exercities kenden een sterke aantrekkingskracht. De statuten van de schutterij hadden in 1884 de koninklijke goedkeuring ontvangen en zouden in 1913 bij koninklijk besluit worden gewijzigd. Commandanten na plusminus 1900 waren achtereenvolgens de heren Mijnes, Dahlenmans, Moers, Hubben en Kloth.

Omstreeks 1900 bestond in Kerkrade geen enkele wijk, waar niet minstens één boog- of flobertschutterij actief was. Veel schutterijen kozen als beschermheilige voor de heilige Michaël, maar niet binnen de latere Oostelijke Mijnstreek. De meest nabije naamgenoot, die de schutters van Chevremont nu nog kennen, bevindt zich te Doenrade (tussen Brunssum en Geleen). Nauw waren de banden tussen de schutterijen en de katholieke kerk. Binnen de parochie bepaalde de kerkelijke kalender belangrijke activiteiten – zoals de deelname van de verenigingen aan processies. De namen van de eerste presidenten na 1900 zijn bewaard binnen een aantal advertenties in de kranten. In januari 1902 vermeldde een advertentie het overlijden van voorzitter Peter Joseph Rahier.

De namen van diens opvolgers duiken op in de gelukwensen bij gelegenheid van hun naamfeest. Zo feliciteerden de schutters in 1904 president Peter Jos. Kochen en in 1911 president Peter Wetzelaer. De heer Wetzelaer werd in juli 1912 door een vierde ‘Petrus’ opgevolgd, te weten de heer Peter Mijnes. Deze traditie werd nog lang in stand gehouden. Een bericht in de Zuid-Limburger van maart 1923: “Vivat Jozef! Onzen eere-voorzitter dhr. Jos Handels en tevens alle eereleden en leden van de Kon. Schutterij “St. Michaël” die Jozef heeten, wenschen wij op hun naamfeest veel geluk, heil en zegen.

Bestuur en leden Kon. Schutterij St. Michaël St. Pietersrade.” Sinds 1907 was Sint Pietersrade de officiële naam voor de parochie (ook in verband met de voorbije bouwactiviteiten in de omgeving van de Sint Petrus-kerk). Onder voorzitterschap van (opnieuw) de heer P.J. Wetzelaer zette Sint Michaël op 3 juni 1913 een groot internationaal schuttersfeest op touw. Dit geschiedde binnen het kader van de viering van het 40-jarig bestaansfeest. Secretaris Frans Bitter had zich hiertoe tot de Kerkraadse gemeenteraad gewend “… met de onderdanigste bede de vereeniging bij deze gelegenheid eene tegemoetkoming in de onkosten te laten toekomen…” Op 19 april 1913 deelde de gemeente aan de toekomstige president mee “… eene subsidie voor éénmaal van vijftien gulden te verleenen …” Hoeveel glazen bier voor dit bedrag in het toenmalige verenigingslokaal Rahier (later: lokaal Moonen) werden geschonken, is helaas niet overgeleverd. Wel overgeleverd zijn de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog, die gelukkig aan de Kerkraadse voordeuren zijn voorbijgetrokken. Tussen 1914 en 1918 zou een grenzeloos evenement tot de onmogelijkheden behoren. De deelname van de vereniging aan binnenlandse schuttersfeesten was maar heel gering, omdat 22 leden van Sint Michaël onder de (oorlogs)wapenen waren geroepen.

Sinds 1916 ging de schutterij als ‘geweerdragend’ door het leven. De vereniging sloot zich aan bij de ‘R.K. Bond van Geweerdragende Schutterijen’, voor wie zij op 28 mei 1922 het eerste Limburgse bondsfeest mocht organiseren. Deze eer – waarbij Sint Michaël als gastheer voor 22 gezelschappen uit de omgeving fungeerde – was Chevremont bij loting toegevallen. Het feest werd gehouden op het terrein van de Chevremontse voetbalclub Olympia. Een schutterij uit Eys sleepte alle eerste prijzen voor de schietwedstrijden in de wacht. Kerkrade was in de afgelopen twintig jaar razendsnel verstedelijkt; de bevolking was explosief gegroeid en was ten opzichte van 1874 plusminus vervijfvoudigd (als gevolg van de enorme opkomst van de mijnen). Ter ere van het 40 jarig jubileum liet Sint Michaël een beeld van haar patroonheilige vervaardigen bij beeldhouwer Lücker uit Roermond. Het standbeeld werd geplaatst in de parochiekerk Sint Petrus aan de Sint Pieterstraat, waar het op 22 mei 1921 plechtig werd ingezegend.

Thans staat de figuur van de aartsengel Michaël tegen de klokketoren op het huidige kerkplein aan de Nassaustraat. (Het beeld, dat ruim een ton weegt, was in 1973 via een uitgebroken raam uit de Sint Petrus-kerk gehesen – enige jaren, voordat het gebouw onder de hamer van de sloper is gevallen). Onlosmakelijk aan de schutterij is ook de Chevremontse harmonie verbonden. Telkens verscheen op de lijst van deelnemers aan de activiteiten de naam van de harmonie Sint Philomena (opgericht te Chevremont in 1899). Zo luisterden haar muzikanten reeds in 1900 het ‘koningsvogelschieten’ op. Ook in juli 1923 gaf de harmonie een concert tijdens een onderbreking in het schieten. Het was in het jaar, dat Sint Michaël het gouden jubileum vierde. Volgens een verslag telde de vereniging toen 31 actieve en 150 passieve leden (letterlijk stonden deze als enerzijds “… werkende …” en anderzijds “… kunstlievende …” personen aangeschreven). Vanwege het gouden jubileum was de schutterij ontvangen door het gemeentebestuur. De ontvangst vond plaats in de raadszaal van het gemeentehuis, die feestelijk met palmen was versierd. Burgemeester Habets hechtte een vergulde lauwerkrans aan het vaandel van Sint Michaël en bracht een driewerf ‘hoera’ op de jubilerende aanwezigen uit.

De schutters presenteerden het geweer. Met slaande trom marcheerde het gezelschap op deze zondag (24 juni 1923) naar de thuisbasis in Chevremont terug. Hier wachtten een feestelijke receptie en een groots schuttersfeest, waarvoor circa veertig zusterverenigingen waren opgedaagd. Op het ‘schietterrein’ mocht voorzitter Johan Weckseler ook de burgervader welkom heten. De burgemeester – een gewezen legerofficier – opende het festival met een allereerste treffer. Zijn prestatie viel in het niet bij die van de heer M. Kochen, die in juli 1923 tot koning kon worden uitgeroepen. De nieuwe koning was een zoon van de toenmalige generaal, die al rond 1900 met de bijbehorende sabel zwaaide.

Korte tijd tevoren (in april 1923) hadden twee mede-oprichters hun bestuursfunctie neergelegd. Beide heren, te weten Math. Ploem en Math. Herpers, traden terug vanwege het bereiken van een hoge ouderdom. Vanaf de betreffende jaarvergadering werd voorzitter Weckseler geassisteerd door de heer Jan Franssen (secretaris) en de heer J. Hanssen (penningmeester). Bij dit trio berustte het leeuwedeel van de zorg voor het 50-jarig bestaansfeest en het gouden ‘koningsvogelschieten’. Secretaris Franssen nam zes jaar nadien op de stoel van de voorzitter plaats; sinds 14 juli 1929 bleef hij gedurende 27 jaar ononderbroken de hamer van de president hanteren (1929-1956). Franssen was toen de opvolger van het opperhoofd Jozef Wiertz, die sinds 1926 – samen met erevoorzitter Jos. Handels – jarenlang de felicitaties van de leden op het naamfeest mocht ontvangen. Onder het bewind van de heer Wiertz was in 1927 besloten, dat de schutterij voortaan op de begrafenis van alle overleden ereleden (zowel binnen als buiten de parochie) ‘acte de présence’ zou geven.

Zondag 30 juli 1933 was een heugelijke dag in de annalen van de vereniging. Vier krasse jubilarissen werden (op de klanken van de harmonie Sint Philomena) naar de Sint Petrus-kerk begeleid. Bij gelegenheid van het 60-jarig bestaan werd dit kwartet uitvoerig in het zonnetje gezet. Het betrof immers vier oprichters van Sint Michaël, namelijk de drie ereleden Math. Geilenkirchen, Math. Herpers en Willem Laven plus het werkend lid Math. Ploem. In 1932 was het schietterrein verplaatst van de omgeving bij kasteel Erenstein naar een stek even ten westen van de Kaffeberg. Het betrof een groeve, waar van tevoren zand en grind gewonnen was.

De verhuizing hield vermoedelijk verband met de komst van de Brugmolenweg, die sinds 1933 werd aangelegd. Bovendien was al in 1925 met de constructie van de miljoenenlijn begonnen (een project, dat in 1934 werd afgerond). Overigens waren volgens een feestgids uit 1958 de ‘schietstangen’ al in 1931 verzet. In elk geval vonden de schutters in de zogeheten Sjteekoel een prachtige nieuwe locatie, waar zij het tot op heden uitstekend naar hun zin hebben gehad. Een tweede brandpunt lag al sinds jaar en dag in het café van Moonen, dat nog tot 1948 een favoriete plek voor de bijeenkomsten was. (De schutters hadden wel vaker elders vertoefd – zo in 1928, op een ander terrein aan de Kaffebergsweg, in verband met schietwedstrijden ter gelegenheid van ’55 jaar Sint Michaël’). Desalniettemin vormden de jaren dertig een tijd van achteruitgang. Het ledental zakte terug tot het bijbelse getal van dertien – waaronder trouwe doorzetters als de heren F. Kelleter en M. Fuhren, die ieder tot drie keer toe ‘schutterskoning’ zouden zijn.

Een andere steunpilaar was de heer H. Stevens, van wie in totaal 35 keer het ‘schuttersboekje’ werd ingevuld. Sinds 1932 had zich in Kerkrade een enorme werkloosheid uitgebreid (een wereldwijd verschijnsel, als gevolg van de internationale crisis). In de komende jaren regende het ontslagen in het mijnbedrijf en liep het inwonertal met sprongen achteruit. Het herstel van de economie na 1936 tekende zich ook in het legioen van Sint Michaël af. In 1938 trad er een beslissende kentering op: maar liefst acht nieuwelingen konden in de schuttersfamilie worden bijgeschreven. Er zette een stijgende lijn in, die door de invasie van het Duitse leger (10 mei 1940) ruw werd onderbroken. Het jaar 1940 moest het zonder sjutsekönnek stellen Vervolgens kon nog tot 1942 op de ‘houten vogel’ worden gemikt.

In de twee volgende jaren beleefde Chevremont haar ‘koningloze tijdperk’: voor de derde respectievelijk vierde maal sinds 1874 had er geen ‘koningsvogelschieten’ plaats. Dit hing waarschijnlijk ten dele samen met een tekort aan grondstoffen en materialen (zo waren alle non-ferrometalen door de buitenlandse bezetter gevorderd). Het einde kwam in zicht met de naderende bevrijding door een Amerikaanse divisie, in oktober 1944. De inwoners van Kerkrade-oost waren geëvacueerd op 25 september 1944 en hadden de feestdag van Sint-Michaël (29 september) op onvertrouwd terrein doorgebracht.

Na de Tweede Wereldoorlog stevende de schutterij op het 75-jarig bestaansfeest af. Eén van de oprichters was in het jubileumjaar 1948 nog in leven: Math. Ploem, die in de leeftijd van 92 jaar met recht een veteraan onder de Limburgse schutters werd genoemd. De heer Ploem, die in juni 1873 aan de wieg van de vereniging had gestaan, zou in november 1950 overlijden. In 1946 had hij meegemaakt, hoe de schutters tot toekomstige bescherming van het Allerheiligste bij de Sacramentsprocessie een escorte hadden ingesteld. Hans Keulen verhaalde over de voorbereidingen voor een jubileumfeest. Misschien heeft de schutterij van het eigen Chevremont hierbij model gestaan. “Ieër ze aa fesviere tsouw zunt is ee en angert passeert. In der verain is verjaadert, jemoelt, jekonfereert, jetellewelt, jedronke, jetsenkt, jesjoebt, jekonkelt, je-okst en jewirkt. Al onjeveer angerhof joar vuur ’t fes is me mit wirke bejonne. De vroag woar natuurlich: wat dunt vuur – en wie dunt vuur ‘t?” De jaren vijftig en zestig waren een periode vol drukke activiteiten.

In 1950 stak de schutterij zich voor de derde keer tijdens het bestaan in nieuwe uniformen. Achter het nieuwe verenigingslokaal Buijsen was in 1949 een schietbaan ingericht, onder de bezielende leiding van de heer J. Donners (caféhouder Frans Buijsen was tevens erevoorzitter van de vereniging). Hier schoot ooit een slechtziende schutter – de 80-jarige heer Rovers – vanuit de timmerwerkplaats enkel de verlichting naar beneden. “Höb iech ‘m alweer getroffe?”, luidde zijn optimistische vraag. In 1952 werd het vaandel vervangen, nadat het maar liefst bijna tachtig jaar in gebruik geweest was. Het doek werd in 1960 afgestaan aan het plaatselijk museum, dat tegenover kasteel Erenstein was gevestigd. Bij de opheffing van het museum zou het spoorloos verdwijnen. Voorzitter J. Franssen werd in 1954 in de schijnwerpers gezet, vanwege het zilveren voorzitterschap; twee jaar later droeg hij zijn taak over aan de heer J. Donners (1956-1962). Inmiddels was Sint Michaël een nieuwe generaal rijk geworden, in de persoon van de heer Jo Reinders (1955); deze generaal werd terzijde gestaan door commandant Servaas Moers.

De generaals van Chevremont sloegen een prima figuur ten opzichte van een collega, die bij Hans Keulen in een optocht mee marcheerde: “Bei ing sjutzerei … leuft inne jeneraal mit inne tsoeppe-sjnauts. Me kan jot zieë dat hea jee umsjtuuët. Die naas van dem is de sjunste sjnaps-reklaam … Mit slaagzie marsjeert hea bei ’t defilee. Hea is der intsiegste van zienne verain, dea oes de moas leuft (en) wie ing ent sjloddert hea tussje de angere in.” In 1958 werd café Kloth het nieuwe home van de schutters. Kastelein J. Kloth nam toen de positie van beschermheer op zijn schouders (anno 1998 is diens zoon Nico de belangrijke begunstiger van de vereniging). Zijn naam bleef gekoppeld aan de J. Kloth-beker, die door de schutters jaarlijks werd omstreden. 1958 was ook het jaar, waarin – op een warme zomerdag – het 85-jarig bestaansfeest werd gevierd. Dit stond toen in schril contrast met het vaak slechte weer tijdens het ‘koningsvogelschieten’ – waardoor de eigenlijke feestdag soms letterlijk en figuurlijk in het water viel. Pastoor Otten memoreerde in de feestgids van 1958 een mensenleven aan activiteiten: “85 jaar. Een schone leeftijd.

Maar zeggen de mensen dan direct, ook een lelijke. Doch van dat lelijke constateren wij bij onze schutterij nog niets. Nergens sporen van sinistere afzakking, ‘frisch und fröhlich’ stapt zij langs onze straten en weet door haar orde en tucht eerbied af te dwingen bij onze Chevremontse gemeenschap.” De schutterij had een (naoorlogs) record-aantal leden van 28, dat zich op de trappen van de Sint Petrus-kerk liet vereeuwigen. Midden op de achtergrond troonde het vaandel uit 1952, waarop de heilige Michaël was geborduurd. In 1962 stapte voorzitter Donners op en zag de heer H. Schölgens – voormalig secretaris – in zijn functie treden. Onder het bestuur van de heer Schölgens werd een drumband in het leven geroepen, waarvan diens zoon Rein in 1964 tambour-maître werd.

Onder commandant Piet Lataster marcheerden de schutters sinds 1964 wederom in nieuwe uniformen, die reeds in 1975 door de volgende tenues werden vervangen. In 1972 werd de heer Lataster, toen hij eveneens koning was, tot opvolger van de heer Schölgens gekozen. De nieuwe voorzitter was uit het goede schuttershout gesneden: in 1971 had hij in Brunssum de Baron di Negri-beker gewonnen (in de befaamde jaarlijkse schietwedstrijd voor koningen). Vier jaar later werd deze bokaal opnieuw door een koning van Sint Michaël veroverd – het was de heer H. Offermans, die zich in 1975 met de titel koning-der-koningen mocht tooien. Een glansrijk hoogtepunt vormde de viering van het 100-jarig bestaan in 1973. Een indrukwekkend aantal schutterijen en muziekverenigingen zetten aan de feestvreugde luister bij.

Tijdens het eeuwfeest werd het tweede nieuwe vaandel aangeboden, dat tegenwoordig nog altijd door de straten wordt gevoerd. Het gebeuren heeft een belangrijke bijdrage aan het voortbestaan van Sint Michaël geleverd – in een tijd, waarin de toekomst van het gezelschap meer en meer onzeker was geworden. Even later zat er weer voldoende schot in de vereniging, hetgeen door een nieuwe ‘schietinstallatie’ werd bevorderd. In januari 1976 werd met de bouw van een eigen clubhuis (met enkele ondergrondse ‘schietbanen’) begonnen. Dit nieuwe onderkomen – op het terrein van de intieme Sjteekoel – werd door de leden zelf uit de grond getoverd. Vol trots zagen de schutters op 25 november 1978 toe, hoe de fraaie accommodatie door burgemeester Smeets werd geopend. Onder hen de heer J. Reinders, die een jaar later tot ere-generaal werd benoemd (bij deze aflossing van de wacht werd de waardigheid van opperofficier overgenomen door de heer H. Schölgens).

Vanwege een grote staat van dienst was de heer Reinders in 1977 – samen met de heer J. Koerfer – tot ‘lid van verdienste’ benoemd. Het was voor het eerst in de geschiedenis van Sint Michaël, dat deze eer werd toegekend. Vanwege het 110-jarig bestaan werden de schutters in 1984 opnieuw fris uitgedost (ter vervanging van de dracht uit 1973). Het zijn dezelfde kostuums, die nog heden worden gedragen door leden als generaal Lou Hillebrand – die zijn functie bekleedt sedert 1988 – en commandant Piet Lataster – lid vanaf 1951, commandant sinds 1964 en voorzitter sinds 1972. Maar liefst vijf maal schoot de heer Lataster het laatste stukje hout naar beneden – een topprestatie, op de voet gevolgd door die van Peter Berendsen. In 1983 kon de heer Berendsen voor de vierde keer in het zilver worden gekroond. (De resultaten van de heren Fuhren en Kelleter uit de jaren dertig waren al in 1954 geëvenaard door Mathias Franssen). In 1986 vond een wonderlijke genezing plaats.

De heer John Dohmen strompelde in dat jaar op krukken en nam daarom niet aan het marcheren deel. Wel aan het ‘koningsvogelschieten’, dat hij niet aan zijn neus voorbij liet gaan. Toen Dohmen de ‘vogel’ naar beneden schoot, werd hij unaniem gezond verklaard en werden de krukken tussen de bomen gegooid. Gedurende de jaren zeventig, tachtig en negentig nam de schutterij aan talloze evenementen deel. Er werden heel wat schuttersfeesten bezocht, zowel in de eigen vaderlandse omtrek als in het Duitse grensgebied. Een aparte uitdaging betekenden de kampioenschappen van de Kerkraadse federatie, waarop de Chevremontse floberts de nodige prijzen wisten te behalen. Een vast onderdeel op het programma bleef de aanwezigheid bij oranje-feesten, gouden bruiloften en processies. Tijdens een dergelijke rondgang voelde vaandrig Rüland zich letterlijk het bos in gestuurd, toen de schutterij plotseling naar de Sjteekoel afboog. Tegen de afspraak in volgden de schutters niet, toen hij het Kaffebergerbos in liep. Bij herhaling organiseerde de schutterij ‘Beierse avonden’, zoals in de zomer van 1976 in een paviljoen op het Olmenplein. In september 1983 werd de Internationale Schuttersbond opgericht, waar Sint Michaël zich van meet af aan bij aangesloten heeft.

Tijdens de wedstrijden van deze bond ging de schutterij in 1993 en 1994 met het kampioenschap aan de haal. Sint Michaël heeft altijd al een schot over de grens willen wagen, onder andere in het Belgische Gemmenich en het Duitse Kohlscheid. Met de schutterij Sankt Martinus uit Kohlscheid werden in 1979 al 20 jaar vriendschappelijke banden onderhouden. Onnavolgbaar is de mijlpaal van het 125-jarig bestaan (het totale aantal ‘koningsplaten’ viel voor een aantal koningen op een gegeven moment al niet meer te dragen). Het jubileum is een unieke gebeurtenis, dat volgens een vanouds beproefd recept herdacht wordt. In het middelpunt staat een hoogbejaarde vereniging, die binnen Chevremont de alleroudste is. Het is ook een springlevende vereniging, die nog onlangs tijdens een schuttersfeest in Alsdorf (24 mei 1998) eerste prijzen voor het ‘defilé’ en de ‘exercitie’ heeft behaald. Ondanks de rijke historie heeft de tijd niet stilgestaan. De ‘dames’ van de schutters hebben tegenwoordig hun eigen ‘schieten’, dat meestal gelijktijdig met de wedstrijd voor de mannen wordt gehouden. De winnaar van de vrouwen is de koningin van een groepje, dat de schutters met raad en daad terzijde staat. Sinds een vijftal jaren nemen de wapenzusters het in de ‘wintercompetitie’ ook tegen de heren op. Het is in hoge mate dankzij de inzet van de vrouwelijke ‘supporters’, dat de vereniging gesmeerd aan de gang is gehouden. Het is ook deze inzet, die het jubelfeest met een daverend succes zal bekronen.

Ik ben de secretaris van deze vereniging en will graag wijzigingen doorvoeren!